
Naar het schijnt is Maan in ’t land
Weldra moet ze komen
Ze geeft ons licht als avond valt en mensen weer gaan dromen
Janneke straalt niet van zichzelf
Ze leent het van de zon
Janneke Janneke trekt het niet
Maar weet niet goed waarom
Er schuilt een Janneke in elk van ons, naar’ t schijnt
Die jammert als het schemert
Zich steeds opnieuw bevraagt waarom, hemels wat vervelend
Ze zoekt het licht maar vindt het niet
Dus staart ze voor zich uit
Moppert jammert er op los, de dagen gaan vooruit
Tot op een dag: het is genoeg en
Janneke ‘r de brui aan geeft
Ze draait zich om wat ziet ze daar
De reden dat ze leeft
De zon die lacht als hij ons ziet
Jammerende Jannekes en mopperende maantjes
Mensenlief vergeet me niet
Het is niet naar de vaantjes