Boschips

Boschips, hoe zou dat smaken?
Ik bedacht het me toen ik fietste langs het kanaal. De rit was niet onbewogen, temperaturen reikten naar het vriespunt en de afstand had ik zwaar onderschat.
De benen voelden als lood maar het gemoed bereikte die dag duizelingwekkende hoogtes.
Ik waande me vrij, het soort vrij dat je vindt in krokies als je de inhoud met aandacht naar binnen speelt. Chipje voor Chipje luisteren naar het gekraak van verbrande patat, je verliezen in de opbrengst van lang vervlogen handelsroutes. En dan stilte. Heerlijk!
Het kanaal aan m’n rechterzijde, en dan vooral de gedachte aan het koude water trekken me terug naar de realiteit.
Hier prijkt dus dat grote houten bord boven m’n bevroren neus: boschips te koop.
Opnieuw dwaal ik af. Van wat maken ze dat dan? Platgebrande wouden? De restjes van de meubelindustrie? Ik krijg een vuile smaak in de mond, placebo of hoe noemen ze zoiets.
Dat kraakt toch wat vreemd, lijkt me niet koosjer. De prijs zal wel meevallen maar als het vreemd kraakt, zo zegt m’n moeder altijd, blijf je er beter vanaf!
Dus laat ik deze zak voor wat ze is en bestijg opnieuw de pedalen. Mijn stalen ros loodst me verder langs de chem trail. Aan de rechterkant word ik overmand door de schoonheid van eindeloos water maar de sluier van vreemd gebonden koolstof aan de linker brengt me in verwarring.
Hoe kunnen schoonheid en vuil zo naast elkaar bestaan?
Of hoe zou het zo niet kunnen zijn?
M’n gedachten slaan weer op hol.
In de verte zie ik tekenen van beschaving, van het onindustriele soort. Toch maar een zakje halen?
7 Vreemde minuten later bevind ik me aan de kassa van het dichtstbijzijnde tankstation.
3 Zakjes alsjeblieft: eentje patat, wat boschips en doe ook maar die nieuwste van de nieuwe smaken, een zakje is niet nodig.
Ik installeer me op een bankje, in de verte zie ik de restanten van het sas dat weldra door de nacht zal worden meegenomen.
Er gaan wat donkere wolken voorbij en stilletjes aan komt er een rust over me heen.
Kraakt toch wat vreemd komt er in m’n gedachten wanneer ik de laatste zak atletisch in de vuilbak werp. Het lood verspreid zich nu over m’n hele lichaam en met de laatste gaap betreed ik definitief de droomwereld.
Die nacht passeren de raarste dingen de revue. Eerst een mix van zeeënbrede kanalen, gigantische zakken boschips en minifietsen. In de 2de helft, meer naar de ochtend toe, maken enkele chemiereuzen een praatje met toevallige voorbijgangers, iets over koolstofverbindingen en waterstofdioxide.
Wanneer de hoorn van een containerschip me wakker blaast begint alweer een nieuwe dag. Benieuwd welke borden ik nu zal tegenkomen…

Plaats een reactie