En als we zouden vertellen, van de ganzen die het Noorden kwijt waren
Kikkers die over de vijver sprongen
Of de behaarde eekhoorn die vergat wat klimmen is
Schreeuwt er iemand hun naam, zo hard dat het teveel hen doet vergeten
Wie waren zij?!
Als er naast de weg ook mensen staan, aan de zijde van die verdwaalde koning uit Afrika
De leeuw die denkt; mensen brullen
Kan er iemand dan vertellen van waar dan dat haar komt in de boter?!
Zou het gegroeid zijn uit de aard van ’t beestje
De mens die denkt over zichzelf, en alles waant
Kan het zijn dat er meer aan de hand is dan wat er zich in de bovenkamer afspeelde
Waar die mens soms denkt meer te zijn dan wat leeuw in een kooi
En als het een circus was waar mens en dier beiden op het zand speelden
Op scene gezet door de grootste clown
Wie was dan die clown?!
En waar is het circus dat zich alle dagen opnieuw voltrekt, steeds opnieuw in scene gezet
Van buitenaf
En kunnen we dan met z’n allen lachen als het doek valt
En iedereen weer naakt is, mens en dier
En kan dat dan het begin zijn van meer gelijkheid, minder ruzie en meer begrip
In het circus mag gespeeld worden!
onderling, zonderlingen van het doek
ganzen op de schouders van die man
en de vrouw die sprak met eekhoorns:
alleen goed woord over de leeuw uit Afrika
zo werd verteld
en iedereen schreeuwde naar het doek dat viel
elke ochtend, iedere avond
Zo werd verteld