Van mensjes, bomen en bambi’s

We werden meegenomen door giganten, bomen die al 1000den jaren waren geworteld in de Aarde, met de wijsheid van het eerste leven. Toen we collectief de draad kwijt waren door aanhoudende spanningen en gemuggenzift, de balans al even oneven uitkwam, namen ze ons mee naar de horizon. Het begon met geritsel, zacht gewaai en algauw reikten ze met stevige takken naar ons uit. We werden opgeschept en voelden ons gedragen door een grotere kracht.

Als mensjes iets doen moet het vaak beter en meer dan de vorige keer zijn. Alsof wat we hebben niet goed genoeg is. Als er eindeloos veel was maakte dat niet uit maar ik geloof dat tegenwoordig het tegendeel op onze neus te vinden is. Een vreemd allegaartje, alsof er een foutje gebeurd is bij de schepping.
Ik geloof dat zonder uitzondering alle leven netjes meegaat met de stroom, doet wat moet zonder meer, het zich verder niet zo bevraagt. Wij mensjes daarentegen lijken wel kampioen in het anders willen doen, zelfbewustzijn mag dan een geldig excuus zijn, we doen het toch maar, om te doen, terwijl zo veel niet hoeft. Ik laat het los, de aandacht gaat terug naar die andere schepping, door boomgiganten op een doordeweekse avond. Ze namen ons mee naar ongekende hoogtes. Boven het bladerdak ging de wereld voor ons open, zoals ze bedoeld is. We werden overmand door de schoonheid en eenvoud van wat zich op die duizelingwekkende hoogtes afspeelde. Het leek een film, we werden meegezogen in een goddelijk schouwspel onmogelijk in woorden te vatten. Daarom dat ik het in klanken probeer, aaaweee komt het beste in de buurt. We zochten naar een rode draad, de clue van het spel, maar vonden die niet, tenminste in woorden, want de klanken wisten wel beter.
Mensjes lijken alles te willen begrijpen; probeer dat maar ’s in een complex systeem met wetten die verder gaan dan E=MC2
Misschien is het dat dat die bomen ons vandaag wouden zeggen, laat het los lieve mensjes, jullie weten het niet zoveel is duidelijk. Dus waarom al dat willen weten en meer van dat? Neem een voorbeeld aan de hertjes op een doordeweekse feestdag, zij grazen toch gewoon omdat zij grazen, likken zout en drinken water uit de stroom. Kan je het je voorstellen, een of andere Bambi die zich afvraagt welke mineralen paardebloemblad(taraxacum officinale) bevat, of waarom het zich aan de rand van de heide begeeft en niet in het midden.
Andersom zou ik het ook wel vreemd vinden als we plots allemaal temidden van de markt met een slaatje en himalayazout voor ons uit staarden. Toch even terugschakelen! Dus de mens mag best mens zijn maar niet te veel. Er is geen probleem met denken en woorden, als er af en toe ruimte wordt gelaten voor een klankje. Het is te verstaan dat we ’t willen verstaan, maar niet te veel. Want het onbegrijpbare mag er toch ook zijn? Misschien is dat wel mens zijn, net dat tikkeltje meer willen en doen dan goed voor ons is. Als ik terugdenk aan de les natuurkunde, meer specifiek de natuurwetten, probeer ik zelf iets uit te vinden. Dus energie is massa maal de snelheid van het licht tot de 2de? Wat denk je van massas snelheid gedeeld door 2 is genoeg energie? Ik weet het niet maar ben blij voor de hulp(op een doordeweekse donderdag) van die reusachtige bomen die meer klanken dan woorden.

Iii, aaa, ooo…
Ik hoop dat niemand me ziet, toch wat raar zo temidden van de grote markt vreemde klanken produceren.
Iii, aaa, ooo, uuu.

3 reacties op “Van mensjes, bomen en bambi’s”

Geef een reactie op Christine De Keukelaere Reactie annuleren