
.
Ik had gehoopt dat we koffie zouden drinken op de stoep, tussen wolken melk, samen stomen over de krantenkoppen van gisteren en morgen. Maar op de voorpagina alleen slecht nieuws, zaken die niet pluis zijn. En als we hadden gezien dat het vandaag mooi weer was
Vond hij me niet zo vreemd?
..
Ik had nog wel enkele mijlen kunnen schoffelen met die met zeezand gevulde schoen, zool die zo mooi bengelde. Maar hij zag mij niet, dus hield ik halt. Stelde me de vraag die anders nooit in me was opgekomen. Ben ik niet goed genoeg?
…
En als ik het toen had laten vallen, mijn open blik in het straatbeeld had geworpen, op de staart van die Siamese naaktkat. Was het allemaal oké? Was ik helemaal oké?
…
We beelden ons in, beelden het ons in, dat jou en mij, dit en dat, die daar en zie daarginds. Het teveel, de toevoeging, het kunnen laten vallen. Vinden we meer in het meer van minder?
….
Baggeren
Tot op de bodem
Het water niet meer troebel
Ons zien voor wat we zijn
…
Ik had nooit durven dromen dat we elkaar zouden terugzien op het schone schip. Dat we samen blikken zouden werpen op zee, Siamese naaktkatten opvissen tijdens de schemering
..
Hij
bij het ondergaan van de zon
mij weer ziet staan
zonder omhulsel
.
En zichzelf in het maanlicht
.
3 reacties op “maanlicht”
Wat schrijf jij toch mooi, even je voornaam vergeten dus ik noem je maar Trekvogel vandaag 🙂
Telkens weer lees ik er diepe eenzaamheid én diepe verbinding in.
Dank! Kristel
LikeLike
Bedankt Kristel, ook voor jou woorden 😉
LikeLike
KNap!
LikeLike